Image
Top
Navigation

L’emploi du Temps

Statusangst en ontsporing

Eenmaal volwassen, definieert het werk de mens. Wie niet werkt, lijkt niet te bestaan. – Laurent Cantet

Filosoof Alain de Botton ziet ‘statusangst’ als de kwellende gedachte dat wij mogelijk niet in staat zijn te voldoen aan het succesideaal dat door onze samenleving gedicteerd wordt en de angst dat we ons bevinden op een te lage sport van de maatschappelijke ladder. Deze angst wordt extra aangewakkerd in tijden van recessie en werkeloosheid. In de subtiele film L’emploi du temps ( De tijd doorbrengen) verliest Vincent, een doodnormale man, na 11 jaar zijn baan als consultant. Dit vervult hem met zoveel angst en schaamte dat hij dit verborgen houdt voor zijn naasten en een dubbelleven gaat leiden. Hij bedenkt een web van fantasieën waar hij langzaam maar zeker steeds verder in verstrikt raakt en afstevent op zijn ondergang. Op het eerste oog worden in intieme scenes de stille wanhoop, troosteloosheid en banaliteit getoond van iemand die zijn baan verliest en een façade ophoudt voor anderen maar ook voor zichzelf. De film stelt de vraag wie wij zijn in onze maatschappij zonder werk? Wat verlies je dan allemaal? Een zinvolle tijdsbesteding, status, inkomen of nog bedreigender, je identiteit? In hoeverre ben je meer dan je economische waarde? In tweede instantie zie je meer dan alleen triestheid bij Vincent. Ironisch genoeg leeft Vincent ook op bij het ophouden van zijn fictieve baan. Hij schijnt na een tijd van wanhoop tijdelijk meer tot leven te komen in zijn eigen gecreëerde mythe dan in zijn vorige leven, maar hij vereenzaamt sterk omdat hij met niemand zijn ware gevoelens deelt. Een laag dieper roept de film de vraag op in hoeverre iemand vervreemdt van zichzelf en ontspoort als hij zich te veel conformeert aan de verwachtingen van anderen en naarstig een ideaal nastreeft dat niet het zijne is. De film laat ook zien dat ontsporing iets is, dat ons allen kan overkomen en niet alleen voorkomt bij extreme persoonlijkheden. Ontsporingen lijken zich vaak te voltrekken in grote eenzaamheid waarbij iemand niet meer in staat is zijn angsten en schaamtegevoelens onder ogen te zien, laat staan te delen met anderen. Gezonde relativering en bijsturing vinden daardoor niet meer plaats. Is ontsporing te herkennen bij jezelf en anderen en hoe verloopt dat proces? Hoe vaak worden wij niet verleid om ons leven mooier voor te stellen dan het is? En begint dat vaak niet met voorzichtige stapjes, kleine leugens en onschuldige camouflagetrucs om uitkomsten te verfraaien? En wordt het niet steeds verleidelijker om zaken weg- en op te poetsen? Duidelijk is dat zodra je het schemergebied betreedt waarop je in je eigen fantasieën gaat geloven, de alarmbellen dienen af te gaan, maar vaak is het dan al te laat, zeker als deze fantasieën gekoppeld zijn aan de verslavende werking van roem en status. Vaak hebben direct betrokkenen het wel door als zij hun intuïtie durven te volgen en zich niet om de tuin laten leiden. De film toont ons de vrouw van Vincent die van alles ziet en voelt maar het niet bespreekbaar durft te maken. Als iemand zich steeds meer gaat afsluiten voor persoonlijk contact, niet ingaat op persoonlijke vragen, zaken weglacht en niet openstaat voor feedback of advies, dan is het verstandig om vooral niet te oordelen maar compassie te tonen en verder op onderzoek te gaan en scherp te blijven waarnemen. Want de eenzaamheid blijkt uiteindelijk onverdraaglijk waardoor de ontspoorde met subtiele signalen de afschuwwekkende maar verlossende ontmaskering uitlokt.